Het tijdschrift Education Santé, tijdschrift voor de promotie van de gezondheid van Infor Santé, publiceert in zijn laatste nummer (1), een zeer aangrijpend artikel over tabaksgebruik en sociale kwetsbaarheid.
Zich baserend op verschillende wetenschappelijke studies, waaronder de laatste gezondheidsenquête van het ISSP (Wetenschappelijk instituut van openbare gezondheid) in 2004, belicht het artikel hoezeer tabaksgebruik meer aanwezig is in de minst bevoordeelde sociale klassen, die vroeger beginnen roken, meer verslaafd zijn en voor wie ontwennen moeilijker is.
Wij weten dat het tabaksgebruik verantwoordelijk is voor vele pathologieën, acuut of chronisch, alsook voor een groot aantal vroegtijdige overlijdens.
Volgens het ISSP rookt 24% van de Belgen dagelijks en een derde van de overlijdens bij de mannen zouden te wijten zijn aan tabak.
Daarenboven is zijn rol belangrijk in de oorzaken van invaliditeit en ongeschiktheid.
Dit is nog duidelijker bij personen in een kwetsbare situatie, waar de tabak verantwoordelijk is voor de helft van het verschil in mortaliteit met de rest van de bevolking.
Men stelt vast dat 53,6 % van de personen waarvan de scholingsgraad zich beperkt tot de lagere school roken, 41,5% voor het lager secundair en 24% voor de hogere of universitaire studies.
Ook de leeftijd bij de eerste sigaret gaat van gemiddeld 15.18 jaar (voor de lagere) naar 17,2 jaar voor de hogere opgeleiden.
De intensiteit van de afhankelijkheid, (gemeten door twee vragen: « wanneer rookt u de eerste sigaret na het opstaan ? » en « hoeveel sigaretten rookt u per dag ? ») is des te belangrijker naargelang het scholingsniveau lager is de ratio is van 1 tot 3. Dit is werkelijk enorm. Dit legt waarschijnlijk uit waarom de personen van een eenvoudig sociaal niveau het moeilijker hebben om te slagen in hun pogingen tot stoppen.
Internationale vergelijkingen, gedaan in een studie van de Universiteit van Amsterdam, toonden verschillen tussen de landen van het Zuiden en het Noorden. In verhouding tot de bevoordeelde bevolkingen, roken de minder bevoordeelde bevolkingen in het Noorden meer dan in het Zuiden.
Een studie uit Groot-Brittannië toont dat de vermindering van de prevalentie van tabaksgebruik enkel voorkomt bij de bevoordeelde klassen terwijl het gedrag van personen uit een kwetsbaar milieu onveranderd is gebleven. Op Europees niveau is de prevalentie van tabaksgebruik bij de jongeren van 16 tot 24 jaar ongeveer 2 maal hoger bij de jongeren met een lagere scholingsgraad in vergelijking met de jongeren met een hoge scholingsgraad.
En in België en is deze ratio van 1 tot 3. Dit maakt ons kampioen van elke categorie.
Hoe kunnen we dit uitleggen?
Het is waarschijnlijk dat de uitleg voor de ongelijkheden verschillend zijn volgens de etappes: de initiatie tot tabak, de overgang naar regelmatig tabaksgebruik en de pogingen om te stoppen. De personen van eenvoudige afkomst zouden meer roken omdat ze zeer vroeg het tabaksgebruik van hun ouders en hun omgeving hebben ondergaan. Het is de invloed van de gedragsnormen; bijvoorbeeld als men verbiedt van thuis te roken zal de jongere die toch start met roken dit op een later tijdstip doen. Zoals een jongere die van een school waar men niet rookt overgaat naar een school waar 1/4de van de jongeren roken, verhoogt het risico om te beginnen roken met 15 % en vermits men bijvoorbeeld meer rookt in beroepsscholen, in meerderheid bezocht door jongeren uit een eenvoudig milieu .... Het is ook het probleem van het zoeken naar identiteit, roken wordt een symbool van volwassenheid en zelfbevestiging en rebellie tegenover het gezag en ook, voor de meisjes, een manier om te wedijveren met de jongens.
Het is ook het bevoordelen van het beheer van de onmiddellijke risico’s tegenover de mogelijkheid om zijn hoop en zijn levenskwaliteit in de toekomst te verbeteren. Roken zou een van de weinige prettige zaken zijn van een bevolking die tegen een eerder sombere toekomst aankijkt en die op deze wijze zal trachten de nefaste effecten van een sociaal precaire omgeving te compenseren.
Volgende week zullen de pistes om een politiek van preventie en opvoeding tot gezondheid op te stellen, bekeken worden, rekening houdend met deze ongelijkheden.
Bronnen en info : (1) korte inhoud van het artikel verschenen in Education Santé nr231 p 8 tot 14, alsook de auteurs van het artikel en de verschillende bronnen van wetenschappelijke referentiewerken van het tijdschrift. Het is beschikbaar bij de Dienst Gezondheid & welzijn - Site van Education Santé : www.educationsante.be